print

Veehouderij: aantallen dieren, 1980-2009

De meeste dieren in de veehouderij bevinden zich in de intensieve veehouderij. Dierziekten hebben een significante invloed op de veestapel.

  1980198519901995200020052009
         
  x 1 000     
         
Rundvee5 2265 2484 9264 6544 0693 7973 968
w.o.melk- en kalfkoeien2 3562 3671 8781 7081 5041 4331 489
 vleeskalveren582638602669783829894
         
Varkens10 13812 38313 91514 39713 11811 31212 186
         
Pluimvee82 66691 44495 45291 861106 81395 46599 766
w.o.leghennen 1)26 61033 10933 19929 27232 57330 51334 557
 slachtkuikens38 60938 38341 17243 82750 93744 49643 285
         
Paarden en pony' s676270100117133145
Schapen8588141 7021 6741 3051 3611 117
Geiten.126176179292374
Pelsdieren en konijnen...9529821 0641 196
         
Bron: CBS.CBS/CLO/jul10/0012
1) 1980: 5 maanden en ouder; vanaf 1986: 18 weken en ouder.

Daling rundveestapel sinds 1980

De rundveestapel is sinds 1980 met ongeveer een kwart gedaald. Het aantal melk- en kalfkoeien, in 2009 goed voor 53% van de mestproductie (voorlopig cijfer), is sinds de invoering van de Beschikking Superheffing in 1984 gedaald met bijna 40%.

Varkensstapel herstelt

De varkensstapel vertoont van 1980 tot 1997 een groei. De afname van het aantal varkens sinds 1997 is het gevolg van een complex van factoren: gevolgen van de varkenspest, marktontwikkelingen, de Wet herstructurering varkenshouderij en milieu- en dierwelzijnsmaatregelen. De laatste jaren geven weer een lichte groei te zien.

Invloed van dierziekten

De ziekte mond- en klauwzeer (MKZ) heeft in 2001 vooral lokaal de omvang van de veestapel beïnvloed. Voor Nederland als geheel was de invloed beperkt. Op langere termijn hebben dierziekten vooral gevolgen voor de economische positie van veebedrijven. Door de uitbraak van vogelpest in maart 2003 en de daarop volgende ruimingen is de omvang van de pluimveestapel in 2003 sterk gedaald. In het voorjaar van 2003 werden bijna 30 miljoen stuks pluimvee geruimd.
  •  
Referenties en relevante info

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Veehouderij: aantal dieren

Omschrijving

Aantallen dieren (rundvee, varkens, pluimvee, paarden en pony's, schapen, geiten, pelsdieren en konijnen) in de veehouderij

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Zie CBS-Landbouwtelling

Basistabel

CBS-StatLine: Landbouwtelling; gemeente 1980-2000
CBS-StatLine: Landbouw; regio (vanaf 2000)

Geografisch verdeling

Nederland, landsdeel, provincie, landbouwgebied, gemeente

Andere variabelen

Veestapel, gewassen, speciale onderwerpen (verschilt per enquêtejaar)

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Zie CBS-Landbouwtelling

Opmerking

Het aantal dieren wordt jaarlijks op 1 april geteld in de Landbouwtelling. Doordat de telling gebeurt op één peildatum kunnen vervoersverboden en ruimingen door dierziekten tot uitdrukking komen in het aantal getelde dieren.

Betrouwbaarheidscodering

A (Integrale enquête)

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 15 juli 2010 (versie 12)