Energieverbruik in de land- en tuinbouw, 1990-2010
Binnen de land- en tuinbouw verbruikt de glastuinbouw verreweg de meeste energie. Het gaat dan vooral om aardgas. De laatste jaren hebben de glastuinders veel gasmotoren gekocht waarmee tegelijkertijd elektriciteit en warmte wordt opgewekt. Deze elektriciteit wordt voor een groot deel verkocht. De hoeveelheid ingekochte warmte is afgenomen.
Ontwikkeling aardgasverbruik in de glastuinbouw
Het energieverbruik fluctueert van jaar tot jaar door variaties in de buitentemperatuur. Over de lange termijn gezien daalt het aardgasverbruik tot en met 2006. Dat komt doordat nieuwe kassen beter isoleren.Vanaf 2007 neemt het aardgasverbruik in de glastuinbouw weer toe. In die jaren is er een explosieve groei van het vermogen en het gebruik van installaties voor gelijktijdige opwekking van elektriciteit en warmte (warmtekrachtkoppeling). Het aardgas wordt dan niet meer alleen gebruikt om de kassen te verwarmen, maar ook om elektriciteit te maken. Vanaf 2006 verkoopt de glastuinbouw zelfs meer elektriciteit dan ze koopt.
Ontwikkeling gebruik van ingekochte warmte in de glastuinbouw
Het gebruik van warmte van buiten de landbouw voor de verwarming van kassen is vooral in de eerste helft van de jaren negentig sterk toegenomen. Het ging dan om het gebruik van restwarmte van externe bronnen zoals elektriciteitscentrales en om warmte van gasmotoren in eigendom van energiebedrijven geplaatst op de glastuinbouwbedrijven. Vanaf 1999 is het verbruik van aangekochte warmte aan het dalen. Dit is een gevolg van de liberalisering van de energiemarkt, waardoor de marginale prijs en dus de opbrengst voor de warmteleverancier lager is geworden. Daarnaast is het zelf exploiteren van een warmtekrachtinstallatie steeds aantrekkelijker geworden.Energieverbruik overige landbouwsectoren
Het energieverbruik in de overige landbouwsectoren is een stuk lager dan in de glastuinbouw. Het gaat dan bijvoorbeeld om aardgas en andere fossiele brandstoffen voor de verwarming van varkens- en pluimveestallen en om elektriciteit voor de koeling van melk.Het verbruik van fossiele brandstoffen voor verwarming is de laatste jaren afgenomen. Dat zou samen kunnen hangen met verbeterde isolatie van de stallen en een toename van het gebruik van hernieuwbare energie.
Brandstoffen voor tractoren
Land- en tuinbouwbedrijven in de open grond gebruiken ook redelijk wat brandstoffen voor tractoren en andere mobiele werktuigen. Exclusief het verbruik van loonwerkers (ongeveer 4,5 PJ) schommelt dit verbruik al jaren rond de 10 PJ. Dit verbruik is niet in de grafieken en tabellen van deze indicator opgenomen, omdat de mobiele werktuigen binnen het Compendium voor de Leefomgeving vallen onder de sector Verkeer en vervoer.Referenties
- CBS (2011a). StatLine: Energieverbruik; land- en tuinbouw. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2011b). Energieverbruik in de landbouw (korte onderzoeksbeschrijving). CBS, Den Haag / Heerlen.
- LEI (2011). Energiemonitor van de Nederlandse glastuinbouw 2010. Landbouw-Economisch Instituut. Den Haag.
Relevante informatie
- Meer informatie over het verbruik van energiedragers is te vinden in de databank StatLine van het CBS.
Naam van het gegeven
Energieverbruik in de land- en tuinbouw
Omschrijving
Ontwikkeling van het energieverbruik per energiedrager en sector in de land- en tuinbouw
Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Landbouw-Economisch Instituut (LEI)
Berekeningswijze
Berekening door het LEI op basis van de Energiemonitor van de Nederlandse glastuinbouw (LEI, 2011), voor de overige landbouw aangevuld met gegevens over het energieverbruik uit het Bedrijveninformatienetwerk (BIN). Zie ook de korte onderzoeksbeschrijving Energieverbruik in de landbouw (CBS, 2011b).
Basistabel
StatLine: Energieverbruik; land- en tuinbouw (CBS, 2011a)
Geografisch verdeling
Nederland
Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
Achtergrondliteratuur
Energieverbruik in de landbouw (CBS, 2011b) en Energiemonitor van de Nederlandse glastuinbouw (LEI, 2011).
Betrouwbaarheidscodering
B (schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is)Versies van deze indicator
- Energieverbruik in de land- en tuinbouw, 1990-2010 (actuele versie, 13 dec 2011)
- Energieverbruik in de land- en tuinbouw, 1990-2009 (v10, 23 nov 2010)
- Energieverbruik in de land- en tuinbouw, 1990-2008 (v09, 23 mrt 2010)
- Energieverbruik in de land- en tuinbouw, 1995-2006 (v08, 6 feb 2009)
- Energieverbruik in de land- en tuinbouw, 1995-2005 (v07, 12 feb 2008)
- Energieverbruik in de land- en tuinbouw, 1990-2003 (v06, 28 jun 2005)
- Energieverbruik in de land- en tuinbouw, 1990-2002 (v05, 7 jun 2004)
- Energieverbruik in de land- en tuinbouw, 1990-2001 (v04, 29 sep 2003)
- Energiegebruik in de land- en tuinbouw, 1990-2000 (v03, 8 okt 2002)
Referentie van deze webpagina: CBS, PBL, Wageningen UR (2011). Energieverbruik in de land- en tuinbouw, 1990-2010 (indicator 0013, versie 11, 13 december 2011). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.
Dossier energieverbruik
- Inleiding energie en energiebeleid
- Energiebalans Nederland (tabel)
- Energiebalans Nederland (stroomdiagram)
- Energieverbruik per energiedrager
- Energieverbruik per doelgroep
- Energieverbruik door de land- en tuinbouw
- Energieverbruik door de industrie
- Energieverbruik door verkeer en vervoer
- Energieverbruik door de huishoudens
- Huishoudelijk energieverbruik per inwoner
- Mondiale voorraden energie
- Energieprijzen en wereldolieprijs
Terug naar onderwerp Energie en milieu





