print

Verzurende stoffen: emissies per beleidssector (NEC), 1990-2008

De emissies van verzurende stoffen blijven de laatste jaren vrijwel op het zelfde niveau. De landbouw levert de grootste bijdrage aan de verzuring, vooral door de emissie van ammoniak. Het verkeer en vervoer emitteert de meeste stikstofoxiden. De industrie is verantwoordelijk voor de grootste aandeel in de zwaveldioxide emissie.

  • Trend
Trend verzurende emissies
Download figuurdata (MS Excel formaat)
  • Sectoren
Verzurende emissies sectoren
Download figuurdata (MS Excel formaat)
  • Totaal
Verzurende emissies naar sector
Download figuurdata (MS Excel formaat)
  • Emissie NOx
Emissie stikstofoxiden
Download figuurdata (MS Excel formaat)
  • Emissie SO2
Emissie zwaveldioxide
Download figuurdata (MS Excel formaat)
  • Emissie NH3
Emissie ammoniak
Download figuurdata (MS Excel formaat)

Emissies verzurende stoffen nemen langzaam af

De emissie van verzurende stoffen, volgens de NEC-indeling, is in 2008 ten opzichte van 1990 gehalveerd. De grootste absolute afname is gerealiseerd door de afname van de NH3-emissie bij de doelgroep landbouw. Verder zijn substantiële reducties gerealiseerd bij de industrie (SO2 en NOx) en verkeer en vervoer (NOx). De grootste relatieve afname is gerealiseerd door de doelgroep industrie waar de emissie sinds 1990 met 67% verminderd is.

Zeescheepvaart niet in NEC-richtlijn

Na een aanvankelijke stijging van de emissie van verzurende stoffen door de zeescheepvaart (binnengaats en op het Nederlands deel van het Continentaal Plat (NCP) tot 2006 (met bijna 40%) is de uitstoot in 2008 terug op het niveau van 1990.
De oorzaak van de flink lagere emissies is tweeledig. Doordat schepen de laatste jaren minder hard varen, verbruiken zij minder brandstof. Daarnaast is het zwavelgehalte van de brandstoffen voor schepen die varen op de Noordzee verlaagd naar 1,5 procent waardoor de uitstoot van zwaveldioxide bijna halveerde.
De emissies door zeevaart vallen echter niet onder de NEC-indeling. Vooral de bijdrage aan de SO2-emissies op Nederlands grondgebied, te weten 40 mln kg in 2008, is groot. De totale SO2-emissie volgens NEC bedraagt in dat jaar 51 mln kg.

Bijdrage doelgroepen aan verzurende emissies

De sector land- en tuinbouw levert in 2008 de grootste bijdrage aan de verzuring doordat het 88% van de totale ammoniak (NH3-)uitstoot voor zijn rekening neemt. De Industrie levert de grootste bijdrage aan de emissie van zwaveldioxide (92%). De doelgroep Verkeer en vervoer levert een forse bijdrage (63%) aan de totale emissie van stikstofoxiden (NOx). Door de invoering van de katalysator is het verkeer ook een kleine bron voor NH3-emissies.

Beleid

In het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4) zijn nieuwe nationale doelstellingen geformuleerd voor 2010 voor zwaveldioxide (SO2): 46 miljoen kg, stikstofoxide (NOx): 231 miljoen kg en ammoniak (NH3): 100 miljoen kg. Omgerekend komt dit overeen met 12,3 miljard zuurequivalenten in 2010.

Relevantie

Genoemde stoffen dragen bij aan verzuring en vermesting van bodem en water. Ook de directe blootstelling aan deze stoffen kan leiden tot gezondheidsschade en schade aan materialen en ecosystemen.
  •  
Referenties en relevante info

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Verzurende stoffen: emissies per beleidsector (NEC) (tijdreeks)

Omschrijving

Emissies verzurende stoffen, uitgedrukt in zuurequivalenten naar de NEC-sectoren Landbouw, Industrie, energie en raffinaderijen, Verkeer en vervoer, Huishoudens en Bouw enHandel, diensten en overheid

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek, in samenwerking in de Emissieregistratie (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Rijkswaterstaat-Waterdienst-Dienst Water en gebruik, Wageningen Universiteit-Alterra, Agentschap NL, TNO, Deltares).

Berekeningswijze

De emissiegegevens voor de verzurende en grootschalige luchtverontreiniging zijn berekend volgens het NEC-protocol. De berekening van de emissies door stationaire bronnen is gebaseerd op onder andere de emissie-opgaven in de milieujaarverslagen van individuele bedrijven en CBS-productie- en -energiegegevens. De emissies door mobiele bronnen zijn berekend door vermenigvuldiging van activiteitsgegevens, zoals voertuigkilometers en brandstofverbruik, met bijbehorende emissiefactoren.
Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie

Basistabel

Alle data opvraagbaar op Emissieregistratie
Verder:
CBS-StatLine: Emissies van verzurende stoffen naar lucht

Geografisch verdeling

Nederland, provincie, postcode, 5*5 km2 (kaart)

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodem-emissies, emissies oppervlaktewater, lucht-emissies, lucht-emissies volgens IPCC
In totaal circa 300 stoffen
Circa 1600 emissie-oorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Verschijningsfrequentie

In mei definitieve cijfers t-2; in september voorlopige cijfers t-1

Achtergrondliteratuur

Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documenten
Begrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst

Opmerking

Bij het vaststellen van de emissies volgens de NEC-richtlijn wordt de zeevaart buiten beschouwing gelaten. Verder zijn de cijfers identiek aan de feitelijke emissies. De emissiegegevens voor de verzurende en grootschalige luchtverontreiniging zijn gepresenteerd volgens de sectorindeling volgens de NEC-richtlijn. Zie voor de NEC-indeling Samenstelling doelgroepen van het milieubeleid
Het vermogen van een stof om verzurend te werken wordt uitgedrukt in zuurequivalenten (z-eq), die gelijk zijn aan de hoeveelheden H+ (in mol) die kunnen ontstaan (1 mol SO2 = 2 z-eq; 1 mol NOx = 1 z-eq en 1 mol NH3 = 1 z-eq).

Betrouwbaarheidscodering

C (Gemiddeld; afhankelijk van emissieoorzaak en stof)

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 8 juni 2010 (versie 15)