printPDF

Stikstofdepositie op vennen, 1997

Figuur bij indicator Stikstofdepositie op vennen, 1997

Ontwikkeling stikstofdepositie

In vrijwel alle vennen ligt de aanvoer via de lucht (depositie) van stikstof hoger dan het niveau waarbij negatieve effecten op planten en dieren optreden, de zogenaamde kritische depositiewaarde. Van alle watersystemen zijn vennen het meest gevoelig voor stikstof. Aangezien de meeste vennen hydrologisch geïsoleerd zijn, is aanvoer via de lucht de belangrijkste voor stikstof in vennen. Bij een te hoge depositie verdwijnen verzuringsgevoelige planten en komt de voortplanting van amfibieën in gevaar.Door beheersmaatregelen zoals het kappen van bos in de nabijheid van het ven en het verwijderen van oeverbegroeiing, daalt de gevoeligheid van het ven voor stikstofdepositie.

Beleid

Het beleid richt zich op het realiseren van atmosferische depositie van maximaal 1 600 mol stikstof per ha per jaar in 2000.

Methodiek

Voor elk ven is berekend bij welke depositie negatieve effecten optreden, de zogeheten kritische depositie. Dit hangt onder andere af van de grootte van het ven, oeverbegroeiing en de afstand tot bos. Deze kritische depositie is vergeleken met de, eveneens berekende, feitelijke depositie. Voor de berekening van de kritische depositie is het model AquAcid gebruikt.
  •  
Referenties en relevante info

Referenties

  • RIVM (2001). Bouwstenen voor het NMP4. Aanvulling op de Nationale Milieuverkenning 4. RIVM (rapportnr. 408 129 022), Bilthoven.

Referentie van deze webpagina: CBS, PBL, Wageningen UR (2002). Stikstofdepositie op vennen, 1997 (indicator 0197, versie 03, 30 september 2002). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.