printPDF

Stikstofdioxide in lucht, 1990-2012

De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (40 µg NO2/m³) is in 2012 op een beperkt aantal stedelijke stations overschreden. Berekeningen geven aan dat naar schatting langs ettelijke honderden kilometer weg of straat de grenswaarde is overschreden.

  • Kaart 2012
Stikstofdioxideconcentratie
  • Trend 1990-2012
Stikstofdioxideconcentratie
Download figuurdata (MS Excel formaat)
  • Trend 1978-2012
Stikstofdioxideconcentratie
Download figuurdata (MS Excel formaat)

Concentraties

De kaart geeft een beeld van de grootschalige, jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (NO2) in 2012 per gebied van 1 x 1 km. De lokale verhogingen langs bijvoorbeeld drukke verkeerswegen en straten zijn op deze kaart niet weergegeven. De concentratie van stikstofdioxide bleef in 2012 in het overgrote deel van Nederland onder de norm van de Europese Unie voor het jaargemiddelde (40 µg/m3).
 
De hoogste gemeten concentraties worden waargenomen op de stedelijke stations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). De tijdelijke verhoogde grenswaarde van 60 µg/m³ voor de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide werd niet overschreden.
 
Berekeningen in het kader van het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit (NSL; zie ook onder bij 'Trend', 'Normstelling' en 'Beleid') geven aan dat langs 357 kilometer weg of straat (per rijrichting) nog overschrijding van de grenswaarde voor het jaargemiddelde voorkwam (gegevens voor 2011; Van Zanten et al, 2012). Het overgrote deel hiervan, 270 kilometer, bevindt zich in de provincie Zuid-Holland.
 
Voor de blootstelling aan piekconcentraties van stikstofdioxide geldt een grenswaarde voor het uurgemiddelde van 200 µg/m3. Deze waarde mag niet vaker dan 18 maal per kalenderjaar worden overschreden. Overschrijding van deze grenswaarde is in Nederland al lang niet meer aan de orde, zo blijkt uit metingen. Wel komt het nog zeer incidenteel voor dat uurwaarden boven de 200 µg/m3 worden bereikt.

Trend

De afname van de grootschalige stikstofdioxideconcentratie in de afgelopen twintig jaar bedroeg afgaande op de meetresultaten van de regionale stations 30% (zie afbeelding 'Trend 1990-2012'). Voor stads- en straatstations was de daling 40 respectievelijk 20%
 
Een trendanalyse voor de meestations van het LML en van de GGD Amsterdam en de DCMR leert dat in de periode 1993-2010 de concentraties gemiddeld over Nederland met 0,4 ± 0,1 μg/m3 per jaar daalden. Indien de trend in de gemeten concentraties zich voortzet, zal in 2015 waarschijnlijk nog steeds niet op alle plaatsen aan de grenswaarde kunnen worden voldaan. Daarvoor is een sterkere afname nodig dan tot nog toe is opgetreden (Hoogerbrugge et al., 2011).
 
De jaarlijkse actualisering van deze trendanalyse bevestigt het hiervoor geschetste beeld. In 2012 lag de gemeten concentratie ongeveer de helft van de meetstations boven de grenswaarde van 40 µg/m³. Sinds 1999 is sprake van een statistisch significante afname van (gemiddeld) 0,5 µg/m³. Zou de dalende trend met dezelfde snelheid aanhouden, dan is het echter niet zeker dat in 2015 op alle meetlocaties aan de grenswaarde voor stikstofdioxide wordt voldaan. Daarvoor blijft ook in deze analyse een sterkere afname nodig (Hoogerbrugge et al., 2013).
 
De daling is het resultaat van maatregelen bij de doelgroepen verkeer, industrie en energie. De mindere daling bij binnenstedelijke stations en de algemene afvlakking van de daling in de afgelopen jaren houdt mogelijk verband met de introductie van fijnstoffilters, gecombineerd met oxidatiekatalysatoren, bij welke combinatie het aandeel stikstofdioxide in de uitlaatgassen stijgt. Ook wordt de daling in emissies van stikstofoxiden door verkeer, onder andere door strengere eisen aan emissies door motorvoertuigen, voor een deel teniet gedaan door een toename van het aantal gereden kilometers. Daarnaast blijkt dat de emissies in de praktijk hoger uitvallen dan voorheen aangenomen.
 
Metingen van stikstofdioxide worden in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit sinds 1978 uitgevoerd. Uit de langetermijntrend (zie afbeelding 'Trend 1978-2012') valt af te leiden dat aanvankelijk tot aan het eind van de jaren tachtig de concentraties weinig veranderden. De introductie van katalysatoren bij personenauto's was een maatregel die vanaf het eind van de jaren tachtig leidde tot een duidelijke daling van de concentraties. Ook is duidelijk dat sinds het begin van de metingen de concentraties in het noorden van Nederland altijd lager zijn geweest dan in het midden en het zuiden van het land.
 
Berekeningen in het kader van het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit (NSL; zie ook onder) geven aan dat in 2015 nog maar langs 11 kilometer weg of straat (per rijrichting) overschrijding van de grenswaarde voor het jaargemiddelde wordt verwacht (Van Zanten et al., 2012).

Bronnen

Verkeer en vervoer vormen verreweg de belangrijkste bron van stikstofoxiden waarvan stikstofdioxide deel uitmaakt. Dit is ook de reden dat juist in (drukke) straten en in de nabijheid van snelwegen hoge concentraties van stikstofoxiden (waaronder van stikstofdioxide) worden waargenomen. Een tweede belangrijke groep van emittenten vormen de industrie, raffinaderijen en de energiesector.

Normstelling

In 2008 is een nieuwe Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van kracht geworden. De al bestaande grenswaarden blijven echter ongewijzigd van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een aantal grenswaarden voor stikstofdioxideconcentraties vastgesteld. Deze dienen ter bescherming van de volksgezondheid (EU, 2008). De grenswaarden zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving (Staatsblad, 2001).
  • Voor de bescherming tegen de effecten van langdurige blootstelling geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde. Aan deze norm moest uiterlijk in 2010 zijn voldaan. Wel is het mogelijk voor landen om onder voorwaarden later dan de voorgeschreven datum van 1 januari 2010 te voldoen aan de grenswaarden voor stikstofdioxide. Dat moet dan wel uiterlijk op 1 januari 2015 zijn.
  • In 2009 heeft de Europese Commissie Nederland uitstel (derogatie) verleend op basis van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). Nederland moet nu uiterlijk 1 januari 2015 aan de richtlijn hebben voldaan (EU, 2009). Een uitzondering vormt de agglomeratie Heerlen/Kerkrade; hiervoor heeft de Europese Commissie uitstel tot 1 januari 2013 verleend. Tot genoemde data geldt (gold) in de betreffende gebieden een verhoogde grenswaarde van 60 µg/m³ voor de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide.
  • Voor de bescherming tegen piekconcentraties is een grenswaarde van 200 µg/m3 als uurgemiddelde vastgesteld. Deze waarde mag niet meer dan 18 maal per kalenderjaar worden overschreden.
  • Er is ook een alarmdrempel van 400 µg/m3 voor de uurgemiddelde concentratie. Er is sprake van overschrijding van de drempel als boven een gebied van minstens 100 km2 (of een volledige zone of agglomeratie indien deze een kleinere oppervlakte beslaat) de uurgemiddelde concentratie minimaal drie uur achtereen boven de 400 µg/m3 blijft. De alarmdrempel heeft in tegenstelling tot de hiervoor genoemde grenswaardes geen juridische status. De regelgeving verplicht de lidstaten alleen om bij overschrijding van de alarmdrempel de bevolking te informeren. In Nederland gebeurt dat via Teletekst, pagina 711.

Beleid

De EU heeft als onderdeel van haar luchtkwaliteitsbeleid een maximaal toegestane emissie van een aantal luchtverontreinigende stoffen per land, waaronder voor stikstofoxiden, vastgesteld (EU, 2001). Dit is het zogeheten National Emission Ceiling (NEC). Daarnaast is de Europese Commissie in 2001 gekomen met het CAFE-programma (Clean Air for Europe; zie ook EU, 2005). Dit is een programma van de Europese Commissie om de verzuring en de luchtverontreiniging in de Europese Unie op een geïntegreerde wijze aan te pakken.
 
Als vervolg hierop heeft de Europese Commissie in 2005 de Thematische strategie voor luchtverontreiniging gelanceerd. Hierbij worden zowel luchtkwaliteitsdoelstellingen als bronbeleid en emissieplafonds als instrumenten ingezet. Het programma beoogt op deze wijze de effectiviteit van beleid te vergroten en de kosten van de bestrijding van luchtverontreiniging te verlagen.
 
Het NEC-plafond voor stikstofoxiden bedraagt vanaf 2010 260 kiloton. Aan dit plafond wordt (volgens voorlopige emissieschattingen) vanaf 2011 voldaan. De NEC-richtlijn zal in 2013 worden herzien. Vooruitlopend daarop zijn in 2012 afspraken over de herziening van het Gothenburg Protocol in het kader van de UN-ECE gemaakt. Voor stikstofoxiden is voor 2020 ten opzichte van 2005 een emissiereductie van 45% afgesproken. Dat komt neer op een emissieplafond vanaf 2020 van 203 kiloton.
 
Om tijdig aan de Europese grenswaarden voor de luchtkwaliteit te voldoen is in Nederland het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL) opgezet (zie hiervoor onder andere ook bij 'Normstelling'). Het NSL is een samenwerkingsprogramma tussen rijk, provincies en gemeenten en bestaat momenteel uit de volgende elementen:
  • Een Monitoringstool, waarmee de luchtkwaliteit in heel Nederland in beeld wordt gebracht en waarmee de effecten van nationale en lokale maatregelen zichtbaar worden.
  • Een omvangrijk maatregelenpakket, met zowel landelijke, regionale als lokale maatregelen. Op deze maatregelen rust een uitvoeringsplicht;
  • Monitoring van de voortgang van het NSL. Jaarlijks wordt een monitoringsrapportage opgesteld. Als hieruit blijkt dat de doelstellingen van het NSL niet worden gehaald, vereist het NSL dat er extra maatregelen worden genomen.

Het NSL is juridisch vastgelegd in de Wet Milieubeheer.

Effecten

Stikstofdioxide kan schadelijk voor de gezondheid zijn. Het kan effecten in de luchtwegen en longen veroorzaken in de vorm van vermindering van de longfunctie en afname van de weerstand tegen infecties van het longweefsel. Dit kan vervolgens luchtwegklachten veroorzaken en ziekenhuisopnames tot gevolg hebben. Ook is aangetoond dat blootstelling aan stikstofdioxide kan leiden tot een versterkte reactie op allergenen (Van der Zee & Walda, 2009).
 
Deze effecten treden op bij blootstelling aan verkeersgerelateerde luchtverontreiniging bij jaargemiddelde concentraties van stikstofdioxide beneden de 40 μg/m³. Toch stelt de Wereldgezondheidsorganisatie voor om de grenswaarde van 40 µg/m³ aan te houden. De WHO benadrukt echter dat deze grenswaarde is opgesteld om te beschermen tegen effecten van stikstofdioxide zelf. Voor stikstofdioxide als indicator voor stoffen die vrijkomen bij verbrandingsprocessen, zou, volgens de WHO, een lagere grenswaarde moeten worden gebruikt.
 
Stikstofdioxide draagt als precursor bij aan de ozonvorming op leefniveau. Blootstelling van vegetatie aan stikstofoxiden, dus stikstofmonoxide en stikstofdioxide tezamen, kan afhankelijk van type vegetatie en concentratieniveau leiden tot bladschade door omzetting van stikstofoxiden in stikstofverbindingen in het bladvocht. Daarnaast vindt in de atmosfeer omzetting plaats van stikstofdioxide naar salpeterzuur (HNO3) en nitraat (NO3-), waarmee stikstofdioxide een bijdrage wordt geleverd aan het secundaire fijn stof, maar ook aan de verzuring en vermesting van bodem en oppervlaktewater.
  •  
Referenties en relevante info

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Concentratie van stikstofdioxide in lucht

Omschrijving

Concentratie van stikstofdioxide in Nederland op basis van meetgegevens van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit en het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging.

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

Jaargemiddelde concentraties berekend uit uurwaarden. Voor de berekening van een geldig jaargemiddelde is het criterium gehanteerd dat er minimaal 75% van het maximaal mogelijke aantal uurwaarden in een jaar beschikbaar moet zijn.

Basistabel

Reken- en Informatiesysteem Lucht van het Centrum voor Milieumonitoring van het RIVM.

Geografische verdeling

1) De kaart is gebaseerd op de uitkomsten van de meest recente GCN-berekeningen. 2) De trendfiguren 1990-2012 zijn gebaseerd op meetgegevens van negen regionale stations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit, vier staddstations respectievelijk zes straatstations. 3) De trendfiguur 1978-2012 is gebaseerd op meetgegevens van regionale stations en een stadsachtergrond station. Het gaat om stations die (vrijwel) de gehele periode operationeel zijn geweest.

Andere variabelen

Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit levert ook informatie over andere luchtverontreinigende stoffen als fijn stof, koolmonoxide, ozon en zwaveldioxide.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland. Rapportage 2012. (Velders et al., 2012; zie bij 'Referenties'). Jaaroverzicht luchtkwaliteit 2011 (Mooibroek et al., 2012; zie bij 'Referenties'). Meten waar de mensen zijn (Buijsman 2009/009; zie bij 'Referenties').

Opmerking

De jaargemiddeldes zijn berekend op basis van een stationsset, waarvan de stations gedurende de gehele beschouwde periode in bedrijf zijn geweest. Ook andere berekeningswijzen zijn mogelijk; de resultaten kunnen dan anders uitpakken (Wesseling & Beijk, 2008). De verschillen bedragen echter niet meer dan 2 µg/m³.

Betrouwbaarheidscodering

Kaart: C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd). Trend 1990-2012: C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd). Trend 1976-2012: D (schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake)

Referentie van deze webpagina: CBS, PBL, Wageningen UR (2013). Stikstofdioxide in lucht, 1990-2012 (indicator 0231, versie 12, 29 oktober 2013). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.

Deel deze pagina: