print

Grondwaterstijghoogte, 1950-1999

Ten opzichte van 50 jaar geleden staat het diepe grondwater tegenwoordig ongeveer 30 centimeter lager. De belangrijkste oorzaak hiervan is grondwaterwinning.

Figuur bij indicator Grondwaterstijghoogte, 1950-1999
Download figuurdata (MS Excel formaat)

Ontwikkeling diepe grondwaterstand (stijghoogte)

De gemiddelde stijghoogte van het diepe grondwater in Nederland, is de afgelopen 50 jaar met ruim 30 centimeter afgenomen (Kremers en Van Geer, 2000). In de periode 1950-1969 neemt de stijghoogte af met zo'n 30 centimeter. Vanaf 1970 lijkt zich een stabilisatie voor te doen. Vanaf het begin van de jaren negentig lijkt er sprake van een verdere daling. Wat de oorzaak is van deze verdere daling en of het zich doorzet is niet duidelijk.

Invloed van grondwaterwinning op de stand van het diepe grondwater

De belangrijkste oorzaak van de geconstateerde daling is de toename van de grondwaterwinning voor de drink- en industriewaterwinning. De grondwaterwinning voor drinkwater nam toe van circa 250 miljoen m3 in 1950 tot ruim 800 miljoen thans. De grondwaterwinning door de industrie bedroeg in 1950 circa 300 miljoen m3, nam toe tot circa 500 miljoen m3 in het begin van de jaren zeventig en bedraagt nu 200 miljoen m3. Circa 30% van het verdrogingsprobleem komt voor rekening van de toegenomen grondwaterwinning.

Invloed van ruilverkaveling op het peil van het ondiepe grondwater

In het kader van de schaalvergroting van de landbouw, zijn globaal vanaf de jaren vijftig op grote schaal ruilverkavelingen en landinrichtingsprojecten uitgevoerd. Belangrijke landbouwkundige doelstellingen van die projecten waren onder meer de verbetering van de hydrologische omstandigheden, zoals een betere beheersing van het grondwaterpeil, het voorkomen van overstromingen en de aanvoer van water in droge perioden. Circa 60% van het verdrogingsprobleem is door dit soort maatregelen veroorzaakt.
  •  
Referenties en relevante info

Referenties

  • Kremers, A.H.M. en F.C. van Geer (2000). Trendontwikkeling Grondwater 2000. Analyseperiode 1955-2000. TNO-rapport: NITG 00-184-B, Delft.

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 2 december 2003 (versie 03)