printPDF

Oppervlakteverandering bodemgebruik

Veel natuurlijke vormen van bodemgebruik zijn sterk in oppervlakte afgenomen, met uitzondering van bos en moeras. Ook het percentage landbouwgrond is in de afgelopen 50 jaar afgenomen.

Ontwikkelingen in arealen bodemgebruik
 ha in 1950ha in 1990Verandering in %
 
Agrarisch gebied 2.523.510 2.373.890 -5.9
Bos 245.850 329.390 34.0
    Loofbos75.310118.58057.5
    Naaldbos155.430135.710-12.7
    Gemengd bos15.11075.100397.0
Natuur 262.670 146.040 -44.4
    Moeras43.60047.5309.0
    Kwelders24.98010.080-59.7
    Duin en strand48.03043.870-8.7
    Heide110.84035.820-67.7
    Stuifzand7.3403.540-51.8
    Hoogveen27.8805.200-81.3
Bebouwd 262.770 541.010 105.9
     Wegen e.a.97.850133.21036.1
     Bebouwd gebied164.920407.800147.3
Water 782.500 664.770 -15,0
Totaal 4.077.300 4.055.090 -0.5
Bron: CBS  CBS/MNC/jan07

Ontwikkeling

De veranderingen in oppervlakte van de verschillende vormen van bodemgebruik tussen 1950 en 1990 zijn aanzienlijk. Met name de afname van het areaal kwelders, heide, stuifzand en hoogveen is groot. Daarentegen is de hoeveelheid bos in deze periode toegenomen, voornamelijk door de toename van de hoeveelheid loof- en gemengd bos. De totale oppervlakte bos in 1990 was 329.390 ha, in de verhouding: 36% loofbos, 41% naaldbos en 23% gemengd bos.
  •  
Referenties en relevante info

Referenties

  • Koppejan, H., P.J.M. Melman, J.R. von Asmuth en D. de Jong (1999). Standaardvoorschrift kwelderkartering in Nederland. Meetkundige dienst rapport MDGAE-98-02. Delft.
  • Kuiper, L.C. (2000). Nederlands bos in beeld. Stichting ProBos. Zeist.
  • Leeuwen, N. van en A. van Strien (1997). Begroeiingstypenkaarten voor natuurmeetnetten. Centraal Bureau voor de Statistiek. Heerlen/Voorburg.
  • Meij, T. van der en L. van Duuren (2000). Veranderingen in oppervlakten van natuurtypen tussen 1950 en 1990. Kwartaalbericht Milieustatistieken 2000/2:10-15.
Technische toelichting

Naam van het gegeven

Oppervlakte-verandering bodemgebruik

Omschrijving

Arealen bodemgebruik natuur in circa 1950 en 1990

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De oppervlakten van de verschillende vormen van bodemgebruik in 1950 zijn berekend aan de hand van de statistiek bodemgebruik en in 1990 aan de hand van de begroeiingstypenkaart. De classificaties van de bronnen zijn niet identiek, maar zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Deze verschillen verklaren ook de lichte afname van het totale areaal in de tabel. De oppervlakten loofbos, naaldbos en gemengd bos zijn berekend aan de hand van de verhouding tussen loof-, naald- en gemengd bos in 1993/1997. Daarbij is de verhouding bij open/jong bos gesteld op 50% loofbos en 50% gemengd bos. Dit levert de volgende verhouding op: 36,0% loofbos, 41,2% naaldbos en 22,8% gemengd bos. De toename van het totale areaal bos tussen 1950 en 1990 kan mede verklaard worden doordat opslag op heide en moeras in 1990 tot bos is gerekend. Dit bedroeg ca. 20.000 ha. De oppervlakte kwelder in 1990 ligt volgens de begroeiingstypekaart lager dan uit andere bronnen bekend is (17.000 hectare volgens Koppejan et al., 1999). De oorzaak van dat verschil betreft vooral verschillen in de wijze van inhoudelijke afgrenzingen van ecosystemen.

Basistabel

Zie Van der Meij et al. (2000)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

geen

Verschijningsfrequentie

eenmalig

Achtergrondliteratuur

Meij, T. van der en L. van Duuren (2000). Veranderingen in oppervlakten van natuurtypen tussen 1950 en 1990. Kwartaalbericht Milieustatistieken 2000/2:10-15.

Opmerking

geen

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake.

Referentie van deze webpagina: CBS, PBL, Wageningen UR (2008). Oppervlakteverandering bodemgebruik (indicator 1002, versie 02, 22 april 2008). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.