U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via dit adres http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl1068 bekijken.
printPDF

Amerikaanse zwaardschede en inheemse schelpen, 1978-2008

De Amerikaanse zwaardschede is sterk in aantal toegenomen, terwijl een aantal inheemse schelpen sterk is afgenomen.

Amerikaanse zwaardschede
Download figuurdata (MS Excel formaat)

Eerste waarneming Amerikaanse zwaardschede

De Amerikaanse zwaardschede bewoonde oorspronkelijk alleen de oostkust van Amerika. In 1979 werd de soort voor het eerst waargenomen in de Duitse bocht voor de Elbemonding. Larven van de soort zijn daar vermoedelijk terechtgekomen door lozing van ballastwater van schepen. Van daar begon de soort zijn opmars naar Denemarken en Nederland. De eerste waarnemingen in Nederland betreffen Schiermonnikoog in 1982. In 1982 werd ook Den Helder bereikt en in 1985 IJmuiden. In 1986 werd de soort voor het eerst in het gebied Katwijk-Noordwijk aangetroffen. Vanaf dat moment neemt de soort langs de Hollandse kust spectaculair toe.

Invloed op inheemse schelpen

Vanaf 1991 blijven de aantallen aangespoelde Amerikaanse zwaardscheden nagenoeg stabiel in tegenstelling tot enkele algemeen voorkomende weekdieren zoals witte dunschaal, rechtsgestreepte platschelp, tere platschelp, zaagje, grote zwaardschede, nonnetje, grote strandschelp, halfgeknotte strandschelp, Amerikaanse boormossel en klein tafelmesheft. Deze groep inheemse schelpen is in de nabije kustzone sterk afgenomen als gevolg van de strenge vorst in 1997. Daarna treedt een traag herstel op. Het is niet onwaarschijnlijk dat predatie van de larven van deze weekdieren door de Amerikaanse zwaardschede dit herstel bemoeilijkt. Daarnaast speelt ook de versteiling van de kust een rol, waardoor het geschikte biotoop in de kustzone is afgenomen.
  •  
Referenties en relevante info

Referenties

  • Gmelig Meyling, A.W. en R.H. Bruyne (2001). Een duik in mariene gegevens. Lange termijnveranderingen van populaties van enkele mariene organismen (roggen, weekdieren, kreeftachtigen e.a.) als gevolg van menselijk handelen. Stichting Anemoon. Heemstede.
  • A.W. Gmelig Meyling en R.H. de Bruyne (2004). Trends bepalen uit aanspoelsignalen. Lange termijn veranderingen in populaties tweekleppigen (Bivalvia) voor de kust van de Waddeneilanden en Noord- en Zuid-Holland, onderzocht aan de hand van op het strand aangespoelde exemplaren. Stichting Anemoon, Heemstede.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Amerikaanse zwaardschede en inheemse schelpen

Omschrijving

Ontwikkeling populatie Amerikaanse zwaardschede en 10 soorten inheemse schelpen

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De weekdiersoorten worden geteld op het strand langs de Zuid-Hollandse kust (gebied Katwijk-Noordwijk en Den Haag). Een andere groep weekdieren die al vanaf circa 1980 sterk is afgenomen is buiten de analyse gehouden. Het betreft tapijtschelp, strandgaper, afgeknotte gaper, venusschelp, brede kleine zwaardschede en kokkel.

Basistabel

Zie tabblad figuurdata onder Download figuurdata.

Geografisch verdeling

Hollandse kust

Verschijningsfrequentie

tweejaarlijks

Achtergrondliteratuur

Gmelig Meyling, A.W. en R.H. Bruyne (2001). Een duik in mariene gegevens. Lange termijnveranderingen van populaties van enkele mariene organismen (roggen, weekdieren, kreeftachtigen e.a.) als gevolg van menselijk handelen. Stichting Anemoon. Heemstede.

Betrouwbaarheidscodering

D. Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake.
Referentie van deze webpagina: CBS, PBL, Wageningen UR (2010). Amerikaanse zwaardschede en inheemse schelpen, 1978-2008 (indicator 1068, versie 04, 12 januari 2010). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.