print

Pimpelmees en klimaatverandering, 1990-2008

Pimpelmezen broeden de laatste tijd eerder, wellicht een gevolg van de warmer wordende lentes in Nederland.

Pimpelmees en klimaatverandering
Download figuurdata (MS Excel formaat)

Eilegdatum steeds vroeger

Als het voorjaar warmer is, valt de periode waarin er veel insecten zijn vroeger in het jaar. Insectenetende vogels, waaronder de pimpelmees moeten er voor zorgen dat hun jongen zoveel mogelijk opgroeien als de beschikbaarheid van voedsel het grootst is. In een warmer voorjaar gaan ze daarom eerder eieren leggen. De laatste decennia is het voorjaar warmer geworden. Vergeleken met 1986 broedt de soort gemiddeld genomen circa 10 dagen eerder (zie de linker grafiek).

Aantal broedparen

Doordat de pimpelmees in de winter in Nederland blijft, kan hij op de warmere lentes inspelen door eerder te gaan broeden. De trekvogels naar Afrika kunnen hierop minder gemakkelijk inspelen. Tot nu toe neemt het aantal broedende pimpelmezen in Nederland enigszins toe (zie de rechter grafiek).
  •  
Referenties en relevante info

Referenties

  • Majoor, F., R. Foppen, F. Willems en D. Zoetebier (2001). De waarde van het nestkaartenproject voor signalering en beleid. Intern Rapport. SOVON. Beek-Ubbergen.
  • Soldaat L., H. Visser, M. van Roomen & A. van Strien (2007). Smoothing and trend detection in waterbird monitoring data using Structural Time-Series Analysis and the Kalman filter. Journal of Ornithology. Vol. 148 suppl. 2. Dec 2007.
  • Van Strien A.J., W.F. Plantenga, L. Soldaat, C.A.M. Van Swaay & M.F. WallisDeVries. (2008). Bias in phenology assessments based on first appearance data of butterflies. Oecologia vol 156 (1): 227-235.
  • Visser, H. (2004). Estimation and detection of flexible trends. Atm. Environment 38, 4135-4145.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Pimpelmees en klimaatverandering

Omschrijving

Ontwikkeling eilegdatum en populatie pimpelmees

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De legdatum is weergegeven als dagnummer van het jaar (dag 1 = 1 januari, etc.). De legdatum is de gemiddelde datum van de vroegste 25% van alle gevonden legsels. Zo tellen alleen de eerste legsels mee. De voorjaarstemperatuur is het gemiddelde van het dagelijkse gemiddelde van De Bilt van februari tot en met juni.
De gegevens zijn ontleend aan het nestkaarten-project van het Netwerk Ecologische Monitoring. De indexcijfers betreffen het aantal broedparen. De stippen in het figuur zijn de meetwaarden. Door deze meetwaarden is met behulp van het programma TrendSpotter (Visser 2004) een flexibele trend berekend (de doorgetrokken lijn). Het gekleurde vlak geeft het 95% betrouwbaarheidsinterval van de trendlijn aan.

Basistabel

zie tabblad figuurdata onder download figuurdata

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Majoor, F., R. Foppen, F. Willems en D. Zoetebier (2001). De waarde van het nestkaartenproject voor signalering en beleid. Intern Rapport. SOVON. Beek-Ubbergen.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 25 juni 2010 (versie 07)