Terug naar Ecosystemen
print
Ook zangvogels die op landbouwpercelen broeden, zijn sinds 1990 achteruit gegaan Van het aantal veldleeuweriken is nog maar 30% over van de aantallen aan het begin van de jaren negentig.
Bij de eenden is er een toename te zien bij de kuifeend en een afname bij de slobeend.
Grutto, tureluur, veldleeuwerik, graspieper en gele kwikstaart staan op de Rode Lijst van vogels. De afname van de grutto met ongeveer 40 procent is van internationaal belang, omdat Nederland ongeveer de helft van de Europese broedpopulatie herbergt.
Weidevogels, 1990-2008
Veel weidevogels zijn de laatste tijd aanzienlijk achteruitgegaan, voornamelijk door intensivering van de landbouw.
Weidevogels achteruit
De landelijke populaties van grutto, tureluur, scholekster en kievit liggen in 2008 grofweg 10 tot 60 procent onder het niveau van 1990. Volgens een recente schatting van SOVON is de grutto in Nederland gedaald van circa 100.000 broedparen midden jaren tachtig naar een kleine 60.000 in 2004.Ook zangvogels die op landbouwpercelen broeden, zijn sinds 1990 achteruit gegaan Van het aantal veldleeuweriken is nog maar 30% over van de aantallen aan het begin van de jaren negentig.
Bij de eenden is er een toename te zien bij de kuifeend en een afname bij de slobeend.
Regionale verschillen
De ontwikkeling van de weidevogelaantallen vertoont duidelijke verschillen tussen de verschillende regio's in het land. In het westen en zuidwesten bleven de aantallen van de steltlopers in de jaren negentig stabiel of gingen zelfs vooruit, terwijl in het noorden en oosten de meeste soorten een afname lieten zien. Maar na de eeuwwisseling loopt de weidevogelstand ook in het westen en zuidwesten sterk terug, vooral in de laagveengebieden in Noord- en Zuid-Holland. De aantallen van de veldleeuwerik, graspieper en gele kwikstaart zijn hier sinds 2000 zelfs meer dan gehalveerd.Weidevogelbescherming
Veel weidevogels zijn al vóór 1990 achteruitgegaan, voornamelijk als gevolg van de intensivering van de landbouw. Vooral in de jaren negentig zijn daarom uitgebreide maatregelen getroffen ter bescherming van weidevogels, zoals nestbescherming, aanpassingen in het maaibeheer en het instellen van reservaten. Desondanks is de achteruitgang van weidevogels niet gestopt.Grutto, tureluur, veldleeuwerik, graspieper en gele kwikstaart staan op de Rode Lijst van vogels. De afname van de grutto met ongeveer 40 procent is van internationaal belang, omdat Nederland ongeveer de helft van de Europese broedpopulatie herbergt.
Referenties en relevante info
Referenties
- Beintema, A., O. Moedt en D. Ellinger (1995). Ecologische Atlas van de Nederlandse Weidevogels. Schuyt & Co., Haarlem.
- Teunissen, W. en L. Soldaat (2005). Indexen en trends van een aantal weidevogelsoorten uit het Weidevogelmeetnet. Periode 1990-2004. SOVON-informatie 2005/13. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.
Relevante informatie
Technische toelichting
Naam van het gegeven
WeidevogelsOmschrijving
Populatieontwikkeling van weidevogelsVerantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de StatistiekBerekeningswijze
De indexcijfers zijn afkomstig uit het nationale weidevogelmeetnet van het Netwerk Ecologische Monitoring. In ruim duizend proefvlakken is jaarlijks het aantal broedparen van weidevogels geteld. Meer dan de helft van deze proefvlakken is afkomstig uit provinciale meetnetten; de rest wordt geteld door vrijwilligers in het landelijke broedvogelmeetnet. Bij het berekenen van landelijke indexcijfers is gecorrigeerd voor de voorkeur die sommige tellers hebben voor de betere weidevogelgebieden. Door het uitbreken van Mond- en Klauwzeer in 2001 zijn in dat jaar te weinig weidevogelgegevens verzameld om betrouwbare indexcijfers te kunnen berekenen. In de figuren is daarom voor 2001 de gemiddelde waarde van 2000 en 2002 weergegeven.De afname van de oppervlakte grasland sinds 1990 is overigens niet in de trends verdisconteerd.Basistabel
De index van de betrokken soorten met hun trend staan op het tabblad afzonderlijke soorten onder Download figuurdata.Geografisch verdeling
NederlandVerschijningsfrequentie
jaarlijksAchtergrondliteratuur
Beintema, A., O. Moedt en D. Ellinger (1995). Ecologische Atlas van de Nederlandse Weidevogels. Schuyt & Co. Haarlem. Teunissen, W. en L. Soldaat (2005). Indexen en trends van een aantal weidevogelsoorten uit het Weidevogelmeentet. Periode 1990-2004. SOVON-informatie 2005/13. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.Betrouwbaarheidscodering
B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 19 november 2009 (versie 10)
Dossier gras- en bouwland
- Beschrijving van gras- en bouwland
- Ontwikkelingen in de landbouw
- Areaal landbouwgrond per sector
- Half-natuurlijk grasland
- Areaal van tijdelijk en blijvend grasland
- Areaal granen
- Vogels van het boerenland
- Aantallen weidevogels
- Verspreiding weidevogels
- Broedsucces van de grutto
- Ganzen en pleisterplaatsen
- Broedvogels van agrarische gebieden op zandgronden
- Grauwe gors en ortolaan in landbouwgebied
- Dagvlinders van graslanden
- Akkeronkruiden
Terug naar onderwerp Ecosystemen

