Ecologische kwaliteit oppervlaktewater, 2009
De ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater is matig tot slecht in de KRW beoordeling. Dit komt vooral door de fysisch-chemische en de biologische toestand.
- Kaart

Kwaliteit beoordeling in de KRW
In de Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt de kwaliteit van het oppervlaktewater bepaald aan de hand van verschillende maatlatten. In de kaart is het eindoordeel ecologie gegeven. De ecologische kwaliteit is opgebouwd uit de maatlatten 'kwaliteit biologie', 'kwaliteit fysisch-chemische parameters' en 'kwaliteit overig relevante stoffen' (2 klassen). De biologische kwaliteit wordt bepaald door de maatlatten vis, waterplanten, macrofauna en algen. De fysisch-chemische parameters zijn de nutriënten fosfor en stikstof en algemene parameters zoals zuurstof, temperatuur en pH.Kwaliteit matig tot slecht
In de KRW telt de slechtste beoordeling voor de biologische kwaliteit voor de fysisch-chemische kwaliteit. Hierdoor is het eindoordeel 'ecologische kwaliteit' voor de meeste waterlichamen matig, ontoereikend of slecht. Slechts een enkel waterlichaam geeft een goede score. De kwaliteit van de onderliggende biologische maatlatten vis, waterplanten, macrofauna en algen scoort voor de meeste waterlichamen ontoereikend tot matig en voor ongeveer een derde van de waterlichamen goed. De beoordeling van de fysisch-chemische maatlat wordt vooral bepaald door de nutriënten stikstof en fosfor.Doelstellingen van de KRW
In de KRW is een beoordeling opgesteld voor de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater. Deze beoordeling is voor elk type oppervlaktewater vastgesteld, zodat de natuurlijke verschillen tussen meren en rivieren niet bepalend zijn voor de beoordeling. De beoordeling is opgesteld met als referentie de kwaliteit van een 'natuurlijke situatie'. Kanalen en sloten zijn kunstmatig aangelegde wateren waarvoor geen natuurlijke referentie mogelijk is. Voor deze 'kunstmatige wateren' geldt de maximaal haalbare ecologische kwaliteit (MEP). De meeste wateren in Nederland zijn aangepast door kanalisatie en harde oevers, in de KRW zijn dit de 'sterk veranderde wateren'. Voor de sterk veranderde wateren en de kunstmatige wateren kan per waterlichaam een lager doel worden vastgesteld.Belangrijke oorzaken
De belangrijkste oorzaken voor de slechte tot matige kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater zijn:- vermesting met de nutriënten stikstof en fosfor. Deze zorgen voor algengroei.
- inrichting van het water. De meeste beken zijn recht getrokken en hebben een strakke oever met weinig verschillende habitats voor planten en dieren. De meeste meren en kanalen hebben een harde oever van steen, waardoor het oeverecosysteem nauwelijks tot ontwikkeling komt. Het waterpeil is vrijwel altijd een vastgesteld peil, waardoor de natuurlijke dynamiek ontbreekt.
- Versnippering door de aanwezigheid van gemalen en stuwen. Vissen kunnen nauwelijks migreren. Vispassages worden aangelegd om dit te verbeteren.
- Bestrijdingsmiddelen zorgen voor sterfte, vooral door piekbelasting sterven watervlooien.
Referenties
- http://www.kaderrichtlijnwater.nl
- http://www.rijkswaterstaat.nl
- Min. V. en W., VROM, LNV (2009). Stroomgebiedbeheerplan Eems, Rijndelta, Maas, Schelde. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 's Gravenhage.
- MNP (2008) Kwaliteit voor later. Ex Ante evaluatie Kaderrichtlijn Water, Milieu- en Natuurplanbureau, Bilthoven.
- STOWA (2007). Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water. Rapport Stowa 2007-32, RWS-Waterdienst 2007-018. Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, Utrecht.
- STOWA (2007). Omschrijving MEP en maatlatten voor sloten en kanalen voor de Kaderrichtlijn Water. Rapport Stowa 2007-32b, RWS-Waterdienst 2007-019. Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, Utrecht.
- www.stowa.nl
Relevante informatie
- Vermesting in meren en plassen, 1981 - 2008
- Vermesting in regionaal water, 1991 - 2008
- Vermesting in grote rivieren, 1970-2008
- Algemene fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater volgens de KRW, 2008
- Migratiemogelijkheden voor trekvissen
- Natuurkwaliteit van macrofauna in oppervlaktewater, 1991 - 2008
- Oppervlaktewater in Nederland
- Europese Kaderrichtlijn Water
- Emissie van bestrijdingsmiddelen in Nederland, 1984-2000
Naam van het gegeven
Ecologische kwaliteit oppervlaktewater
Omschrijving
De ecologische beoordeling van de KRW voor het Nederlandse oppervlaktewater en de belangrijkste maatlatten waarop de ecologische kwaliteit is gebaseerd.
Verantwoordelijk instituut
PBL
Berekeningswijze
Beoordeling uitgevoerd voor de KRW stroomgebiedbeheerplannen.
Basistabel
Beoordeling van de waterlichamen voor alle maatlatten
Geografisch verdeling
Nederland
Verschijningsfrequentie
Eens per 6 jaar wordt gerapporteerd. De vorige versie was gebaseerd op de Concept Stroomgebiedbeheerplannen.
Achtergrondliteratuur
Stroomgebiedbeheerplan Eems, Maas, Rijndelta, Schelde (2009). Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 's Gravenhage.
Betrouwbaarheidscodering
B. Dit zijn de resultaten van de stroomgebiedbeheerplannen.Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 11 maart 2010 (versie 02)
Dossier natuurgraadmeters
- Natuurwaarde landelijk
- Ontwikkeling biodiversiteit (MSA)
- Ontwikkeling kwaliteit natuur heide bos moeras
- Natuurkwaliteit per provincie
- Ontwikkeling diersoorten
- Ecologische kwaliteit waterlichamen
- Natuurkwaliteit macrofauna
- Voorkomen van doelsoorten macrofauna
- Aantalsontwikkeling van zoogdieren
- Aantalsontwikkeling van vleermuizen
- Aantalsontwikkeling van broedvogels
- Aantalsontwikkeling van overwinterende watervogels
- Aantalsontwikkeling van wintervogels
- Aantalsontwikkeling van dagvlinders
- Aantalsontwikkeling van reptielen
- Aantalsontwikkeling van amfibieën
- Aantalsontwikkeling van libellen
- Aantalsontwikkeling van bospaddestoelen
Terug naar onderwerp Biodiversiteit


