printPDF

Natuurkwaliteit Noordzee, Waddenzee en Delta-wateren, 2000 - 2007

De natuurkwaliteit in de zoute wateren bedraagt de helft van de natuurlijke situatie.

  • Zoute wateren
Natuurkwaliteit zoute wateren 2000-2007
Download figuurdata (MS Excel formaat)
  • Trend Noordzee
Natuurkwaliteit Noordzee
Download figuurdata (MS Excel formaat)

Natuurkwaliteit ongeveer de helft van die in de natuurlijke situatie

De natuurkwaliteit is een maat voor de biodiversiteit en is in de Nederlandse zoute wateren nog ongeveer de helft van die in een meer natuurlijke situatie (Wortelboer, 2010). Dit geeft aan dat de biodiversiteit van de mariene wateren nog wel degelijk aanwezig is, maar dat er belangrijke onderdelen van de ecosystemen ontbreken.

De natuurkwaliteit van een ecosysteem wordt afgemeten aan de hand van de kwaliteit van het voorkomen van soorten in de volgende groepen:
  • Algen (fytoplankton)
  • Hogere planten
  • Bodemdieren (macrofauna)
  • Vissen
  • Vogels
  • Zoogdieren

In de Noordzee treedt overbevissing op waarbij veel gebruik wordt gemaakt van vistuigen die over de bodem getrokken worden.
Dit is te zien aan de lage scores voor bodemdieren, vissen en zoogdieren in de Noordzee. De vogels in de Noordzee doen het goed (ook door de vele bijvangst dat als voedsel dient). In de Waddenzee zijn de concentraties aan voedingsstoffen (nutriënten) voor de algen te hoog. Zeegras (een hogere plant) is mede hierdoor afwezig in de Waddenzee. In de Delta-wateren scoren de bruinvis en de gewone zeehond laag. Verschillende soortgroepen hebben in de Delta te maken met de effecten van het afnemen of verdwijnen van de natuurlijke dynamiek en de getijdewerking.

Veranderingen in soorten in de Noordzee

Door menselijke activiteiten worden nieuwe planten en dieren in de Noordzee en aangrenzende kustwateren geïntroduceerd. In de meeste gevallen komen deze mee in het ballastwater van schepen. Sommige soorten zien door klimaatverandering hun areaal uitbreiden en schuiven zij met het warmer worden van het zeewater mee vanuit zuidelijker wateren naar de Noordzee. Een voorbeeld hiervan is de vissoort mul. De intensieve visserij in de Noordzee vergemakkelijkt dit proces omdat belangrijke predatoren (bijvoorbeeld kabeljauw) door overbevissing sterk achteruit zijn gegaan. Klimaatverandering zorgt tegelijkertijd voor veranderende zeestromingen, waardoor de plaatsen waar algen en roeipootkreeftjes voorkomen in zee, ook veranderen. Larven van bijvoorbeeld de kabeljauw zijn voor hun voedsel hier afhankelijk van. Dit betekende dat er niet alleen veel kabeljauw werd gevangen, maar dat er ook minder kabeljauwen opgroeiden tot volwassen vis. Als gevolg van een in EU-verband opgesteld herstelplan, waarbij de visserij op kabeljauw sterk is teruggebracht, treedt nu weer een voorzichtig herstel van de kabeljauw in de Noordzee op.

Beleidsdoelstellingen voor biodiversiteit

Internationaal heeft Nederland afgesproken te voldoen aan de doelstelling van de Conventie over Biologische Diversiteit (CBD): de versnelde afname van de biodiversiteit moet omgebogen worden. Dit moet in 2010 gehaald zijn. Binnen de Europese Unie is het doel dat in 2010 de biodiversiteit niet meer afneemt (SEBI2010). Met de beschikbare gegevens van de Noordzee, Waddenzee en Delta-wateren kan geen conclusie worden getrokken over een verandering in de trend van de biodiversiteit. Wel stijgt de laatste jaren het aantal soorten vissen in de Noordzee (met name kleine, zuidelijke soorten). Dit is echter vooral een effect van het wegvissen van grote predatoren door de visserij en van de hogere zeewatertemperaturen als gevolg van klimaatverandering.
De Nota Ruimte beoogt de ecologische waarde van de Noordzee als geheel te behouden. De ruimtelijk-economische activiteiten die daar worden ontplooid, dienen op een duurzame wijze ontwikkeld en op elkaar afgestemd te worden. In de uitvoeringsdoelstellingen is dit een algemene doel echter alleen terug te vinden als 'Bescherming van gebiedsspecifieke waarden van de Noordzee'. De invulling die aan dit doel gegeven wordt, is geheel in termen van de Europese regels voor vogel- en habitatrichtlijngebieden en de nog te beschermen gebieden met bijzondere ecologische waarde.
Hiermee wordt niet de ecologische waarde in de Noordzee gedekt. Men kan zich afvragen of de ecologische waarde in de Noordzee wel behouden kan worden als alleen in deze gebieden (met een beperkte omvang) een ecologische doelstelling wordt nagestreefd. Temeer daar het effect van het aanwijzen van beschermde gebieden sterk afhangt van de grootte van de gebieden en de mate van bescherming. In alle gevallen zal er een sterke wisselwerking blijven tussen de beschermde gebieden en de rest van de Noordzee. De ecologische toestand van de Noordzee als geheel zou dus ook in de operationele doelen naar voren moeten komen. Te zijner tijd, na het invoeren van beheerplannen en uitvoering van eventuele maatregelen in de beschermde gebieden, kunnen de toestand en het effect van de biodiversiteit in zowel de beschermde gebieden als daarbuiten vastgesteld en beoordeeld worden.
  •  
Referenties en relevante info

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Natuurkwaliteit van Noordzee, Waddenzee en Delta-wateren

Omschrijving

De biodiversiteit in de Nederlandse zoute wateren is samengevat in de graadmeter Natuurkwaliteit. Hierin zijn een groot aantal kenmerken van de ecosystemen, zoals soorten en habitats, samengenomen om vast te stellen hoe het gaat met de mariene natuur in Nederland.

Verantwoordelijk instituut

PBL

Berekeningswijze

Een groot aantal indicatoren voor de biodiversiteit van de Nederlandse mariene ecosystemen zijn gecombineerd tot een overkoepelende graadmeter voor de natuurkwaliteit. De gegevens bestaan uit oppervlakten aan kenmerkende habitats (zoals velden zeegras en kwelders en schorren), concentraties van eencellige algen (fytoplankton) en aantallen kenmerkende dieren zoals kokkels, nonnetjes, kabeljauw, noordse stormvogel en bruinvis. Van elk van deze indicatoren is geschat in welke mate deze voorkwamen in een situatie zonder (of met slechts geringe) menselijke beïnvloeding: de zogenaamde natuurlijke referentie. Getallen voor de huidige situatie (2000-2007) zijn verzameld en opgeslagen in een database. Deze getallen zijn gebruikt om de natuurkwaliteit te berekenen: de verhouding tussen de huidige aantallen en de aantallen van de natuurlijke referentie. De indicatoren zijn gemiddeld voor de soortgroepen fytoplankton, planten, bodemdieren, vissen, vogels en zoogdieren. De natuurkwaliteit van het ecosysteem is het gemiddelde van de natuurkwaliteit van de soortgroepen.

Basistabel

Database in beheer bij het PBL

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

5 jaar

Achtergrondliteratuur

Zie referenties

Betrouwbaarheid:

C. De graadmeter is samengesteld uit een groot aantal indicatoren. Voor elke indicator is een tijdserie samengesteld op basis van bestaande meetnetten (zie achtergrondliteratuur). De betrouwbaarheid van de monitoringsgegevens varieert van zeker (aantallen gevangen steur) tot zeer onzeker (aantallen bruinvisen in de Noordzee). De keuze van de indicatoren en de beschikbaarheid van meetreeksen zijn belangrijker factoren bij de betrouwbaarheid van de natuurkwaliteit.

Referentie van deze webpagina: CBS, PBL, Wageningen UR (2012). Natuurkwaliteit Noordzee, Waddenzee en Delta-wateren, 2000 - 2007 (indicator 1454, versie 02, 16 februari 2012). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.

Deel deze pagina: