print

Landelijke natuurkwaliteit van natuurgebieden, 1994 - 2007

In Nederlandse natuurgebieden lijkt het biodiversiteitverlies langzaam af te nemen.

 In Nederlandse natuurgebieden lijkt het biodiversiteitverlies langzaam af te nemen. Maar niet in alle ecosystemen is het verlies van biodiversiteit gestopt.
Download figuurdata (MS Excel formaat)

De Nederlandse doelstellingen voor biodiversiteit

Het Nederlandse natuurbeleid kent twee algemene doelen voor biodiversiteit (LNV, 2006; LNV, 2007; VROM et al., 2006):
  • de biodiversiteit zeker te stellen door natuur te behouden, herstellen, ontwikkelen en duurzaam te gebruiken;
  • de verdere achteruitgang van de huidige biodiversiteit uiterlijk in 2010 te stoppen.

De biodiversiteit staat nog steeds onder druk

De veranderende hoeveelheid karakteristieke soorten in een ecosysteem weerspiegelt de veranderende kwaliteit van dat ecosysteem. Vóór 1990 is al veel natuur verloren gegaan, ook de kwaliteit van de resterende natuur is vaak laag. Zelfs in de door de EU beschermde Natura 2000-gebieden is de kwaliteit niet optimaal. Metingen uit het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) laten zien dat ook na 1994 de diversiteit nog verder afneemt, maar dat dit verlies aan biodiversiteit langzaam afvlakt.

De verandering in biodiversiteit verschilt per ecosysteem

Hoewel de natuur nog steeds aan diversiteit inboet, zijn er wel verschillen tussen de ecosystemen. In bossen blijft de natuurkwaliteit sinds 1990 al stabiel. In moerassen is de kwaliteit na 1994 sterk teruggelopen, maar lijkt dit zich nu te stabiliseren. In heidegebieden neemt de kwaliteit echter nog steeds af. In het zoete water is de biodiversiteit sinds 1990 niet meer afgenomen; er treedt sindsdien lokaal een licht herstel op. In verschillende systemen is na 2002 de trend minder negatief en stabiliseert het soms, wat duidt op een voorzichtig herstel van de ecosysteemkwaliteit. Desondanks gaan de meest kieskeurige, veelal zeldzamere soorten vaak in aantal nog achteruit, waardoor de biodiversiteit over het geheel blijft teruglopen. Die afnemende aantallen van zeldzamere soorten blijkt ook uit het 'roder' en langer worden van de Rode Lijsten.
  •  
Referenties en relevante info

Referenties

  • LNV (2006) Begroting LNV 2007. Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij, Den Haag.
  • LNV (2007) Agenda voor een vitaal platteland.Meerjarenprogramma 2007-2013. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag.
  • VROM, LNV, VenW en EZ (2006) Nota Ruimte. Ruimte voor ontwikkeling. Deel 4: tekst na parlementaire instemming. Sdu Uitgevers, Den Haag.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Landelijke natuurkwaliteit van moeras, heide en bossen.

Omschrijving

De indicator geeft weer hoe de natuurkwaliteit in natuurgebieden verloopt. Weergegeven zijn veranderingen in diversiteit en populatieomvang.

Verantwoordelijk instituut

PBL/WOT

Berekeningswijze

De methode van berekening is beschreven in Reijnen et al., 2009. Veranderingen in natuurkwaliteit zijn ingeschat op basis van de natuurwaarde van intacte systemen. De natuurwaarde van ecosystemen is uitgerekend als de gemiddelde mate van voorkomen van een set van karakteristieke soorten ten opzichte van dit voorkomen in een intact ecosysteem. De middeling gebeurt op twee manieren. De meetkundige middeling legt de nadruk op veranderingen in soorten met lage indexen en benadrukt en daarmee veranderingen in diversiteit. De rekenkundige middeling legt deze nadruk niet en beschrijft meer veranderingen in de populatieomvang. De grafiek toont de regressielijn door de meetpunten.

Basistabel

Metingen van kenmerkende soorten uit het NEM

Geografisch verdeling

Nederlandse moeras, heide en bosgebieden

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Reijnen, R., Hinsberg, A.v., Esbroek, M.L.P.v.,Knegt, B.d., Pouwels, R. en Wiertz, J. (2009) Natuurgraadmeter voor nationale beleidsdoelen. Aanpassing van Natuurwaarde 1.0 WOt-rapport. In voorbereiding. WOT Natuur & Milieu, Wageningen. EEA (2007). Halting the loss of biodiversity by 2010: proposal for a first set of indicators to monitor progress in Europe. Technical report No 11/2007, European Environmental Agency, Copenhagen

Opmerking

Het gemiddeld voorkomen van een karakteristieke set aan soorten is één van de kernindicatoren waarmee de VN en de EU biodiversiteitsverlies monitoren (EEA, 2007).

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 6 november 2009 (versie 01)