printPDF

Wonen binnen bestaand bebouwd gebied, 2000 - 2010

Het aandeel uitbreiding van de woningvoorraad binnen bestaand bebouwd gebied lag na 2006 voor heel Nederland net boven de streefwaarde van 40 procent. Na een jarenlange gestage afname van het aantal inwoners binnen het bebouwd gebied blijkt tussen 2008 en 2010 in een aantal provincies het aantal inwoners binnen het bestaand bebouwd gebied weer toegenomen.

  • Aandeel
 Aandeel uitbreiding woningvoorraad binnen bebouwd gebied, 2002 - 2010
Download figuurdata (MS Excel formaat)
  • Verandering woningen
 Verandering aantal woningen binnen en buiten bebouwd gebied per provincie
Download figuurdata (MS Excel formaat)
  • Verandering inwoners
 Verandering aantal inwoners binnen en buiten bebouwd gebied per provincie
Download figuurdata (MS Excel formaat)
  • Totaal
 Verandering aantal woningen en inwoners binnen en buiten bebouwd gebied
Download figuurdata (MS Excel formaat)
  • Kaart
 Bebouwd gebied 2000

Woningvoorraad binnen bestaand bebouwd gebied

De Nota Ruimte stelde als streefwaarde dat ten minste 40 procent van de nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand bebouwd gebied zou moeten plaatsvinden. Dit doel is losgelaten met de inwerkingtreding van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Bij de uitbreiding van de woningvoorraad lag voor heel Nederland het aandeel extra woningen binnen bebouwd gebied vanaf 2006 iets boven de streefwaarde van 40 procent. In de provincies Flevoland, Drenthe, Overijssel, Friesland en Zuid-Holland was dit aandeel kleiner dan 40 procent.

Inwoners binnen bestaand bebouwd gebied

Terwijl het aantal woningen binnen het bebouwd gebied toenam, nam tegelijkertijd het aantal inwoners af. Het proces van huishoudensverdunning ging harder dan de uitbreiding van de woningvoorraad (zie ook Nabielek et al. 2012). Maar in de periode tussen 2008 en 2010 is het aantal inwoners binnen het bebouwd gebied in de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland weer toegenomen. Als we nader bekijken in welke gemeenten de inwoners binnen het bebouwd gebied zijn toegenomen dan blijken er grote verschillen tussen gemeenten te bestaan. Met name in de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Enschede, Zwolle en Maastricht is het aantal inwoners binnen het bebouwd gebied na een periode van afname weer toegenomen. In deze steden is ook de gemiddelde woningbezetting toegenomen. In de steden Utrecht, Groningen, Breda, Hilversum is het aantal inwoners binnen het bebouwd gebied gedurende de gehele periode 2000 - 2010 niet afgenomen, terwijl in bijvoorbeeld Zoetermeer, Heerlen, Sittard-Geleen, Spijkenisse, Amstelveen, Dordrecht, Vlaardingen, Arnhem nog steeds sprake is van een afname van het aantal inwoners binnen het bebouwd gebied. Ook in provincies waar de bevolking krimpt (Limburg en Groningen tussen 2004 en 2008), neemt het aantal inwoners binnen het bebouwd gebied af (uitgezonderd Groningen stad en Maastricht). Tegelijkertijd is hier een toename van het aantal inwoners buiten het bebouwd gebied.

Beleidsdoelstellingen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De minister van IenM heeft aan de Tweede Kamer toegezegd ook de doelen uit de Nota Ruimte die in de SVIR zijn losgelaten, te blijven monitoren. Het gaat hierbij om beleid waarvan de minister tijdens de Kamerbehandeling van de ontwerp-Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte expliciet heeft aangegeven dat het niet is gedecentraliseerd, maar is 'losgelaten'. Het beleid is niet expliciet overgedragen aan de decentrale overheden, daardoor staat het hen vrij dit beleid te continueren dan wel te wijzigen of te beëindigen.
Het betreft hier dan ook nadrukkelijk een indicator van losgelaten rijksbeleid, en niet van beleid van andere overheden. Voor het monitoren van dit losgelaten rijksbeleid is gebruik gemaakt van bestaande indicatoren uit de voormalige Monitor Nota Ruimte die, vaak in gewijzigde vorm, zijn geactualiseerd. Het gaat om indicatoren op het gebied van verstedelijking (bundeling en verdichting) en open ruimte en landschap (ruimtelijke ontwikkelingen in Rijksbufferzones en Nationale Landschappen).
  •  
Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aandeel uitbreiding wonen (woningen en inwoners) binnen bebouwd gebied 2000, 2000-2010

Omschrijving

Het aandeel uitbreiding woningen en inwoners binnen bebouwd gebied 2000 tussen 2000 en 2010 uitgesplitst naar provincies.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en CBS

Berekeningswijze

Woningen en wooneenheden uit het woningregister van het CBS en inwoners uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) zijn via koppeling met het basisregister adressen en gebouwen (BAG) van coördinaten voorzien. Vervolgens is door het CBS de ligging ten opzichte van bestaand bebouwd gebied 2000 bepaald. Verandering van aantallen binnen en buiten bebouwd gebied zijn berekend en de aandelen binnen bebouwd gebied per provincie.

Basistabel

CBS Woningregister en gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA)

Geografisch verdeling

Nederland, provincies

Opmerking

Als gevolg van nieuwe berekeningswijze van het CBS, waarbij woningen en wooneenheden als woningvoorraad zijn samengenomen, wijken de gegevens af van in eerdere versies van deze indicator gepresenteerde cijfers. Ook is een herziene begrenzing van het bebouwd gebied 2000 gebruikt (gebaseerd op het gecorrigeerde CBS bestand bodemgebruik 2000 dat tegelijk met het bestand bodemgebruik 2003 is gepubliceerd). Doordat in dit indicatorblad een andere periode wordt beschouwd dan in de studie van Nabielek et al, levert dit andere resultaten. Ook is de gebruikte postie-bepaling van woningen (adres versus postcode) anders.

Referentie van deze webpagina: CBS, PBL, Wageningen UR (2012). Wonen binnen bestaand bebouwd gebied, 2000 - 2010 (indicator 2012, versie 04, 20 september 2012). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.

Deel deze pagina: